Snellere paarden in de draaimolen
Terugkijkend na een jaar columns op de website van Binnenlands Bestuur springt er één thema uit: de matige uitvoeringsresultaten van de Nederlandse publieke sector. Of het nou gaat over rookvrije horeca (6 columns), de crisis-aanpak (4 columns), het dankzij de overheid gecreëerde Microsoft-monopolie in de publieke sector versus de wens om tot open standaarden te komen (3 columns) of het gebrek aan praktijkkennis bij op de Haagse departementen die geacht worden om verstandig beleid voor ons te maken (3 columns).
De rode draad is dat we het in Nederland op papier allemaal uitstekend regelen, maar dat er in de praktijk weinig van dat beleid terecht komt. Het lukt maar zelden om met een beetje schwung iets van de grond te krijgen. Dat boeit, zo’n spanning tussen woord en daad. Hoe komt het toch, dat het in Nederland zo goed lukt om netjes op te schrijven en zo slecht lukt om het om te zetten in actie? De hoofdoorzaak is wat mij betreft een uit de hand gelopen hoofdkantoor. Er zijn op de Haagse departementen veel te veel mensen bezig met het maken van beleid voor de rest van Nederland. En zoals dat gaat bij een groot hoofdkantoor, dat stelt zijn eigen bestaansrecht niet ter discussie, maar gaat voortvarend aan de slag om de zaken ‘lager’ in de organisatie eens goed te regelen.







